• Facebook Social Icon

© Copyright 2016 BUSO Zonnegroen

Contact

Tel: +32 11 78 92 90 

Email: info@zonnegroen.be

Adres

Sint-Truidensesteenweg 44
3440 Zoutleeuw

Opleidingsvorm 3

Observatiefase

Voor heel wat kinderen uit het basisonderwijs wordt het observatiejaar een eerste stap in een “grote” school.

Daarom besteden we ook veel aandacht aan de opvang en het onthaal van deze kinderen.

Zij doorlopen bij aanvang van het schooljaar een onthaalprogramma waardoor ze elkaar en de school

beter leren kennen.

Ons doel is om de overgang naar het secundair onderwijs zo vlot mogelijk te laten gebeuren.

 

  •  Eigen activiteiten

  •  Groepsvorming

  •  Buitenklassen

  •  Voorbereiden op een opleidingskeuze

  •  Kennismaking met de verschillende opleidingen tijdens de ASV en de BGV-lessen

  •  Begeleiding door het CLB (Centrum voor Leerlingenbegeleiding)

  •  Advies door de klassenraad

  •  Mogelijkheid tot het behalen van het getuigschrift basisonderwijs op het einde van het schooljaar

  •  Info-uitwisseling met directies en leraren van lagere scholen

  •  Schoolverlaters uit lagere scholen maken tijdens hospiteerdagen kennis met het schoolleven en het onderwijsaanbod.

Opleidingsfase

In de opleidingsfase, die minimum 2 jaar duurt naargelang men wat meer of minder tijd nodig heeft, bekwaamt men zich in de basistechnieken en kennis  van de gekozen opleiding.

 

In elke opleiding krijg je 19 lesuren BeroepsGerichte Vorming (BGV) uit de gekozen opleiding, daarnaast krijg je 8 lesuren Geïntegreerde Algemene Sociale Vorming (GASV).

 

Tijdens de lessen GASV  worden thema’s aangeboden die tot doel hebben de integratie in de maatschappij te bevorderen.

Hierbij komen zowel sociale onderwerpen (verslaving, aids, seksuele voorlichting, milieu enz.) als meer praktische onderwerpen (op eigen benen staan, de bank, de gemeente, op zoek naar een job enz.) aan bod.

Ook de vaardigheden in functie van de opleiding (praktisch rekenen, maten en gewichten, informatie ontleden enz.) worden uitgebreid behandeld.

De zelfredzaamheid van de leerlingen wordt bevorderd door het uitvoeren van zelfstandige opdrachten (alleen of in kleine groepen) zowel binnen als buiten de school.

 

Naast de 3 uren lichamelijke opvoeding krijg je nog 2 uren levensbeschouwelijke vakken

Kwalificatiefase

In de kwalificatiefase, die twee jaar duurt, bekwaamt men zich verder in de technieken en kennis van de gekozen opleiding.

De leerlingen van de kwalificatiefase worden opgeleid om tewerkgesteld te worden in het normale economische arbeidscircuit. De verschillende arbeidscompetenties, - vaardigheden en attitudes worden in deze fase steeds belangrijker. Ze worden ingeoefend in het 4e jaar tijdens een 3 weken durende stage en in het vijfde jaar worden ze verder geïntegreerd in een 6 weken durende stage (opgesplitst in 2 keer 3 weken).

In elke opleiding krijg je 21 lesuren Beroeps Gerichte Vorming (BGV) en 6 lesuren Geïntegreerde Algemene Sociale Vorming (GASV).

Naast 3 uur lichamelijke opvoeding krijg je ook nog 2 lesuren levensbeschouwelijke vakken.

Tijdens de lessen GASV worden thema's aangeboden die tot doel hebben de integratie in de maatschappij te bevorderen. De thema's geld beheren, wonen/huren/bouwen, het gerecht, voorbereiding rijbewijs, veiligheid op het werk, solliciteren komen bijvoorbeeld aan bod.

Ook de vaardigheden en functies van de opleiding (functioneel rekenen) worden verder behandeld.

Integratiefase

De alternerende beroepsopleiding (ABO) wordt georganiseerd vanuit het Departement Onderwijs met de steun van het Europees Sociaal Fonds (ESF).

Dit is een fonds van de Europese Commissie dat o.a. de doorstroming van jongeren naar de arbeidsmarkt wil bevorderen.

Werkgevers kunnen aan de jongeren kansen geven om hun opleiding effectief te doen slagen door ze werkervaring aan te bieden.

Onder werkervaring wordt verstaan dat de cursist van september tot en met juni, gedurende 3 dagen per week, onbezoldigd meewerkt in het bedrijf.

 

Wat zijn de doelstellingen?

·        Opdoen van werkervaring over een lange periode.

·        Realiseren van een effectieve tewerkstelling op de reguliere arbeidsmarkt na de werkervaringsperiode .

·        Training van arbeidsattitudes: werktempo, doorzettingsvermogen, stiptheid, verantwoordelijkheidszin, ...

·        De bedrijfswereld leren kennen.

 

KORTOM: de tewerkstellingskansen van jongeren uit het buitengewoon beroepsonderwijs op de arbeidsmarkt verhogen.

Het is de bedoeling om na de integratiefase de cursist een rugzak mee te geven waarin nuttige en belangrijke info zit, die ze op gepaste tijdstippen weten te hanteren.

 

 Hoe trachten wij dit te bereiken?

 

Wij doen een beroep op goed gestructureerde bedrijven die de cursisten de kans willen geven zich in te werken in de bestaande bedrijfscultuur gedurende 3 dagen per week.

De overige 2 dagen krijgen de cursisten een bijkomende opleiding in de school, afgestemd op de werkervaring en de individuele noden.

De werkervaringsovereenkomst wordt afgesloten tussen alle partijen: het bedrijf, de school en de cursist.

De volledige coördinatie gebeurt door de school. Een speciaal begeleidingsteam wordt hiervoor samengesteld.

Regelmatig vindt er overleg plaats tussen het bedrijf, de school, de cursist/ouders en externe diensten (VDAB – GTB - CLB …)

Het werkervaringsbedrijf engageert zich door werkervaring aan te bieden met een grote kans op tewerkstelling. Het zorgt eveneens voor welomschreven taken, stelt een mentor aan die instaat voor de begeleiding van de cursist en zorgt voor regelmatig overleg met de betrokken partijen.

 

Wat is het statuut van de cursist?

·        is administratief een regelmatige leerling.

·        is ingeschreven bij de VDAB als schoolverlater in wachttijd.

·        blijft gedekt door de schoolverzekering.

·        behoudt zijn kinderbijslag en zijn/haar studietoelagen, indien hij/zij daar reeds recht op heeft.

·        heeft na de wachttijd recht op een wachtuitkering.

 

Wat gebeurt er na juni?

 

Na de alternerende beroepsopleiding is het de bedoeling dat de jongeren effectief ingeschakeld worden op de arbeidsmarkt, liefst in het bedrijf waar hun ABO-opleiding plaatsvond.

 

Welke zijn de voordelen voor de verschillende partijen?

·       Alle partijen halen, indien zij het spel ernstig spelen, alleen maar voordelen uit deze formule.

·       De jongere is tijdens zijn opleiding ingeschreven bij de VDAB als werkzoekende. De 9 maanden wachttijd lopen door tijdens de opleiding. De   cursist blijft kinderbijslag ontvangen.

·       Na zijn ABO-opleiding wordt hij onmiddellijk tewerkgesteld in het bedrijf. Indien niet, heeft hij onmiddellijk recht op een uitkering doordat de wachttijd reeds verstreken is.

·       In een sollicitatiegesprek kan hij uitpakken met 9 maanden werkervaring.

·       Het bedrijf krijgt de mogelijkheid om op een kosteloze wijze iemand op te leiden. Daarna kan de keuze gemaakt worden of de jongere voldoet aan de gestelde eisen of dat hij beter past in een andere werksituatie.

·       Het bedrijf heeft bij tewerkstelling recht op een Vlaamse Ondersteuningspremie die kan oplopen tot 60% van de loonkost.

·       Jongeren die de opleiding afmaken, hebben recht op een motivatiepremie van € 500.